Zoeken
  • Kemal Rijken

'Verander de kiesdrempel naar Duits model' (NRC)


Duitsland heeft een parlement met minder partijen, die meer durven, ziet Kemal Rijken.

'Scholz pakt het aan' was de slogan waar bondskanselier Olaf Scholz (SPD) de Duitse verkiezingen op 27 september mee won. En aanpakken deed hij: in nog geen twee maanden smeedde hij een regeerakkoord met de groenen en de liberalen. Nederland heeft het nakijken: in Den Haag wordt driekwart jaar na de Tweede Kamerverkiezingen nog steeds geformeerd.

Scholz benadrukte bij de presentatie van het akkoord dat partijen door verkiezingen, formeren en regeren naar elkaar toegroeien en samen aan een nieuwe consensus bouwen die de maatschappij verder helpt. ,,Vooruitgang lukt ook pas als we iets proberen", zei de sociaal-democraat.


Hoe anders is het verhaal in Nederland, waar de formatie zich voortsleepte doordat politici en partijen elkaar uitsloten en constant bezig leken te zijn met hun positie in de peilingen. In tegenstelling tot hun Duitse collega's kijken de formerende Nederlandse politici voortdurend over hun schouder, bang voor de concurrentie.


Waar komt die kramp vandaan? Antwoord: Nederland is een dubbeldemocratie geworden met van alles twee of drie. We hebben twee socialistisch georiënteerde partijen (PvdA en SP), drie liberale (VVD, D66 en Volt), twee groene (GroenLinks en PvdD), twee christendemocratische (CDA en ChristenUnie), drie rechts-nationalistische (PVV, JA21 en FvD) en twee minderhedenpartijen (BIJ1 en Denk). Momenteel telt de Tweede Kamer negentien fracties. Keuze te over voor kiezers, die eenvoudig kunnen overstappen als ze ontevreden zijn. Juist daarom zijn partijen op hun hoede. De versnippering maakt het moeilijk een meerderheidscoalitie samen te stellen.

De Haagse situatie is mede ontstaan door het gebrek aan een noemenswaardige kiesdrempel. Om in Nederland een zetel te halen, hoef je slechts een honderdvijftigste van het totaal aantal geldige stemmen te halen - genoeg voor één Kamerzetel. In Duitsland hanteren ze een andere regel: wie geen vijf procent van de stemmen haalt, komt de Bondsdag niet in (uitzonderingen daargelaten). Hierdoor zijn er zes fracties en is de politiek niet versnipperd. De Duitse kiesdrempel dwingt ook tot meer samenwerking: belangengroepen organiseren zich vaak niet in eigen partijtjes maar binnen de Bondsdagpartijen.


Door de kiesdrempel kunnen politici makkelijker compromissen sluiten en creatief zijn, want ze hoeven niet bang te zijn voor een dubbelganger in hun nek. In de Nederlandse polder heerst daarentegen hokjesdenken - ieder zijn eigen partij - en wordt een Duitse kiesdrempel vaak 'ondemocratisch' gevonden. Ondemocratisch is zo'n horde niet, want in de loop van de tijd zijn ook in Duitsland nieuwe partijen tot het parlement toegetreden, zoals de Groenen en de AfD, die voorzien in de behoeften van kiezers.

Mogelijk heerst er bij Nederlandse partijen een angst om zelf het onderspit te delven als er daadwerkelijk zo'n kiesdrempel komt, ook als die bijvoorbeeld slechts drie procent is. De electorale geschiedenis van D66 toont immers aan dat iedere partij onder die rode lijn kan komen 'en dan is het gedaan'. Of toch niet? In Duitsland verdween de FDP dankzij de kiesdrempel in 2013 uit het parlement, om zich vervolgens buitenparlementair te reorganiseren en na een sterke campagne in 2017 terug te keren.

Voor het instellen van een kiesdrempel naar Duits model zal een grondwetswijziging nodig zijn. Dat is de moeite waard. Want kijk eens naar Duitsland, waar sneller wordt geformeerd en partijen het beter aandurven om compromissen te sluiten. Het zou goed zijn als Den Haag zich vaker tot Berlijn wendt om inspiratie op te doen. De Duitse kiesdrempel dwingt ook tot meer samenwerking


Kemal Rijken is politicoloog en auteur van 'Eigen Volk' en 'Van der Laan, biografie van een burgemeester' - lees dit stuk ook op de site van NRC-Handelsblad.

1 weergave0 opmerkingen