Zoeken
  • Kemal Rijken

‘Van de kop en het maaiveld heb ik me nooit iets aangetrokken' - Interview met Sylvana Simons


Sylvana Simons draait zeker drie jaar mee in de politiek. Ze zit in de Amsterdamse gemeenteraad en wil in 2021 dolgraag de Tweede Kamer in. Voor deze vrouw is er geen weg meer terug. Ze vertelt aan Bernie Magazine wat haar beweegt om dit te doen.


Kemal Rijken Op het moment dat ik Sylvana Simons spreek, waait het en vallen de blaadjes van de bomen. Het is weer Sinterklaastijd en voor de politica is dat ieder jaar een bijzondere gebeurtenis, vertelt ze. We besluiten het er even over te hebben. Een Surinaamse vriend van me loopt ieder jaar in de Sinterklaastijd met een knoop in zijn maag. Kunt u zich daar iets bij voorstellen? “Jazeker, maar laat ik eerst iets anders zeggen. Net als de meeste Nederlanders heb ik goede herinneringen aan deze periode, want elk kind vindt het leuk om overgenomen te worden door die magische tijd waarin uit het niets een goedheiligman verschijnt die riant is met cadeautjes. Als kind zat ik er net zo in. Wel kon ik duiden dat ik het hele jaar door nooit iemand zag die op mijn vader leek, maar dat er een keer per jaar een donkere figuur [Zwarte Piet, red.] voorbij kwam die op hem leek.” Hoe zit dat dan met die knoop in uw maag? “Voordat ik de politiek in ging werd ik ieder jaar te pas en te onpas geconfronteerd met ongemakkelijke situaties. Het zijn momenten waarop kleine kinderen naar je staren. Het lipje begint dan te trillen omdat ze niet weten of ze blij moeten zijn of moeten huilen. Situaties waarin ouders zeggen: sorry, ik kan er niks aan doen.” Waar zat het ongemak voor u persoonlijk? “In de tijd van voor de opkomst van de beweging tegen Zwarte Piet had je het niet over hem. Je onderging het gewoon en je ouders zeiden dat je je moest aanpassen. Het gebeurde ieder jaar en je was aan het aftellen tot 7 december wanneer de ellende weer opgehouden was.” Is dat ongemak er nog steeds? “Een vriendin van mij liet haar kroeshaar nooit zien in de Sinterklaastijd, want je moet niet provoceren. Je zou denken dat dit tegenwoordig wel zou kunnen. Toch heb ik laatst iets anders meegemaakt. Ik zat in tv-show De Wereld Draait Door, uitgedost met make-up, oorbellen en mijn natuurlijke afro-haar. Na afloop kreeg ik via social media allerlei nare verwensingen naar mijn kop, want je moet niet provoceren door er zo bij te gaan zitten. Het is toch wonderlijk dat de zwarte man of vrouw het verwijt krijgt: jij lijkt op Zwarte Piet én jij provoceert.” Hoe kijkt u tegen de Zwarte Piet-discussie anno 2019 aan? “Het is goed dat we deze discussie hebben, maar het is wel een verhitte discussie waarin wederkerigheid en gelijkwaardigheid ver te zoeken zijn. Het debat maakt een verschil, want bijna geregeld verschijnt er een nieuwsbericht waaruit blijkt dat een gemeente omgaat naar de roetveegpiet. We zitten nu in een fase waarbij Zwarte Piet binnen gemeenten en bedrijven al vergaan is, maar waarin een deel van de burgers zich daartegen verzet. Rechtse partijen voeden die weerstand. Met name de VVD, omdat hun minister-president heeft gezegd dat Zwarte Piet geen zaak is van de politiek. Hij ontloopt zo niet alleen verantwoordelijkheid, maar brengt hij ook schade toe aan de sociale cohesie. Politiek leiderschap is ook moreel leiderschap. Als je geen leiderschap neemt in dit soort kwesties, vererger je de zaak.” We komen op de politiek. Een jaar terug kwam er een documentaire uit over u als politica met de titel ‘Sylvana, Demon or Diva’. Waarom die titel? “In de documentaire geef ik aan dat mensen die mij liever niet in het politieke domein willen hebben, afstand willen creëren tussen mij en dé Nederlander. Je kunt zeggen: Sylvana is een diva met een supergroot ego of ze is een heks met een demonisch karakter. Dat zijn twee frames die tegen mij gebruikt worden.” Heeft u last van die frames? “Daar heb ik zeker last van. Als ik een diva zou zijn met een jet set-leven, het beeld dat ik in 25 jaar als entertainer heb opgebouwd, dan trekt dat mijn politieke engagement in twijfel. Ook zijn er mensen die mij een duivel vinden, omdat ze vinden dat ik polariseer en zeggen dat mijn ego dus te groot zou zijn. Ik kan u echter zeggen: niets menselijks is mij vreemd.” In Nederland geldt de regel van ‘de kop en het maaiveld’. Dat weet u toch? “Dat klopt, maar daar komt nog een extra interessant detail bij: ik ben een vrouw en ik ben zwart. Voor mijn tegenstanders ziet leiderschap er niet zo uit. En ja, ik kom uit de entertainmentwereld en daar hangt een vorm van oppervlakkigheid boven. Voor mijn politieke carrière heb ik me nooit geprofileerd op inhoud, dus ik snap ook wel waar die weerstand vandaan komt. In Nederland zeggen we: schoenmakertje, blijf bij je leest.” Waarom blijft u dan niet bij uw leest? “Van die kop en het maaiveld heb ik mij nooit iets aangetrokken. U zou mijn moeder eens moeten spreken. Die kan vertellen hoe vaak ze de handen ten hemel rees, naar boven keek en zei: God, waarom heeft u mij verlaten? Waarom heb ik dit onmogelijke kind gekregen? Ik heb me nooit kunnen conformeren aan de verwachtingen van mijn ouders, mijn leraren, mijn kinderen. In mijn leven heb ik een sterke hang naar groei en daarmee heb ik veel mensen verrast.” Hoezo? “Als je een carrière bij de commerciële televisie hebt, dan zit daar een bepaalde verwachting of een gebrek aan verwachting aan vast. Als je daar na de politiek ingaat, zeggen mensen: maar over politieke inhoud heb ik jou nooit gehoord. Ik zeg dan: maar daar hebben jullie mij ook nooit om gevraagd.” Kunt u zich inleven in anderen? “Natuurlijk. Ik zal wel moeten. Als zwart mens in een witte samenleving kun je niet anders, want die ander is de norm.” Maar die ander zegt ook dat u polariseert en mensen tegen elkaar opzet. Als u zich kan inleven, zou u toch niet polariseren? “Natuurlijk ben ik het er mee oneens dat ik zou polariseren, maar wel kan ik begrijpen dat bevoorrechte, witte mensen zich door mijn optreden bedreigd voelen in hun privilege.” U vindt uzelf dus niet polariserend? “Wat ik zeg is misschien niet polariserend, maar ik kan mezelf wel voorstellen dat anderen door mijn woorden gedwongen worden om op een nieuwe manier naar zichzelf te kijken. Dat dat confronterend is, snap ik heel goed. Ik neem een ander voorbeeld. Mensen zeggen soms tegen mij: bij die muziekzender TMF bracht jij met je soul en R&B-programma’s iets nieuws. Ik zeg dan: dat was alleen iets nieuws omdat dat toen voor jou nog geen uitgangspositie was.” Als we een tijdmachine nemen en terug gaan naar de TMF-tijd, de jaren negentig. Wat zou de Sylvana van toen ervan zeggen dat u nu in de politiek zou zitten? “Ik had gezegd: dat gaat nooit gebeuren, ik ben toch niet gek?” Waarop baseert u dat? “Tot aan het moment dat ik de politiek instapte, vond ik dat het niet bij me paste. Het geduld, de diplomatie, maar ook het ellenbogenwerk; al die dingen, daarvan had ik gezegd: dat is mijn wereld niet.” Maar het werd uw wereld wel. U sloot zich aan bij DENK en ging vervolgens door met uw eigen partij Artikel 1. Daarmee kwam u niet in de Tweede Kamer, maar met de opvolger daarvan – BIJ1 – kwam u wel in de Amsterdamse gemeenteraad. U bent krap gekozen met 6.571 stemmen. Hoe lukte dat? “Voor veel van deze kiezers was BIJ1 de eerste partij waarbij ze bij elk woord dachten: dit is de partij waarop ik wil stemmen. In onze partij vormen grondrechten de basis en daar hebben mensen echt behoefte aan, zeker na bijna veertig jaar aan neoliberale politiek.” Maar u heeft die 6.571 stemmen toch vooral in Amsterdam Zuidoost gewonnen, een plek waar veel Afro-caribische Nederlanders wonen. “Ook in de rest van de stad hebben we veel stemmen gehaald. Wat in Zuidoost een rol speelt, is dat veel mensen daar zich met mij kunnen identificeren. Voor het eerst is er een donkere vrouw die een partij leidt, onder eigen vlag. En ik heb het natuurlijk niet alleen gedaan he. Partijgenoten en vrijwilligers hebben hard meegeholpen.” Over uw partijgenoten gesproken. Er wordt gezegd dat Trotskisten zijn geïnfiltreerd in BIJ1 en dat ze u beïnvloeden met hun agenda. Hoe zit dat? “Nee, ik denk dat bepaalde mensen bij ons zich gewoon herkennen in ons radicaal-linkse geluid. Iedereen die onze basis begrijpt en bereid is om een bijdrage te leveren, is welkom. Ik kan niet bepalen wie er wel of niet lid worden van onze partij. Als iemand bijvoorbeeld infiltreert die extreem-links is en geweld niet schuwt, dan kunnen we die royeren.” Hoe kijkt u op uw eerste twee jaar in de gemeenteraad terug? “We hebben in Amsterdam een links college met oppositiepartijen van ultra-links naar ultra-rechts. Het lukt ons om het discours in de raad te beïnvloeden en om de linkse coalitie in te halen, omdat partijen als GroenLinks, PvdA en SP gehinderd zijn van vorige colleges waar ze in zaten. Wij kunnen bepaalde statements makkelijk maken en daarmee kunnen we het GroenLinks soms moeilijk maken.” Soms? “BIJ1 is er als oppositiepartij niet om alleen maar dwars te liggen. Wij voeren constuctieve oppositie en stemmen als het kan mee met het college.” Critici verwijten u juist te vaak mee te stemmen met het college. Verder zou u zich alleen profileren met onderwerpen als gender en inclusiviteit. “Daar herken ik mij niet in, want we doen het ook goed op onderwijs, armoede en duurzaamheid. Op initiatief van BIJ1 is een klimaatparagraaf afgedwongen. Die moet voortaan bij alle initiatieven van het college zitten. We dwingen de collegepartijen daarmee niet alleen groen te denken, maar ook groen te doen.” Toch maakt u zich zorgen over inclusiviteit. Waarom? “Als je kijkt naar instituties, dan zie je dat diversiteit en inclusiviteit vaak ver te zoeken zijn. Neem de politie. Er is daar een tekort aan mensen met een bi-culturele achtergrond. Als je die laatste groep niet in je organisatie opneemt, dan ga je als organisatie niet overleven omdat je geen aansluiting met de samenleving hebt. Hetzelfde geldt voor het onderwijs, de zorg, de brandweer en defensie. We zullen als samenleving inclusief moeten handelen, omdat we een diverse samenleving zijn.” De samenleving is inclusief, zegt u. Hoe racistisch is Nederland dan eigenlijk? “Dat is moeilijk te meten, maar dat er racisme is, is duidelijk. Daar hoeven we geen graadmeter voor te hebben.” Wat zijn uw valkuilen in de politiek? “Mijn gebrek aan ervaring en dossierkennis. Ik doe alles voor het eerst terwijl ik tegelijkertijd een organisatie aan het opbouwen ben die zich landelijk wil profileren. Het werk dat ik daarvoor doe en de verschillende petten die ik op heb, dat zijn ook mijn valkuilen. En ja, mijn leerproces zal nog wel even duren.” U wil de Tweede Kamer in. Hoe gaat u dat voor elkaar krijgen? “We kunnen leunen op de ervaring en het politieke handwerk dat we in de Amsterdamse raad hebben opgedaan. Landelijk gaat het natuurlijk om andere zaken, maar het politieke veld kennen we nu veel beter. Onze partij is gegroeid en geprofessionaliseerd, met leden en afdelingen in het hele land, waardoor we de campagne met veel menskracht kunnen inzetten. We hebben veel geleerd, de afgelopen drie jaar.” Wat is de belangrijkste les? “Het activeren van groepen die lang aan de zijlijn stonden; burgers die zich al lang niet meer bewust waren over de politiek. Veel mensen die bij onze partij komen zijn opgegroeid met het idee dat ze hun stem eens in de vier jaar geven en daar dan iets voor terugkrijgen. Wij zeggen: je moet het zelf doen. Dat werkt het beste. En we zijn allemaal anders, maar samen vormen wij wel de meerderheid.” Wat gaat u doen als BIJ1 mislukt? “BIJ1 kan niet meer mislukken. Het effect dat onze partij nu al heeft in de politieke bewustwording van mensen, laat zien dat wij al lang geslaagd zijn. Ikzelf ben tevreden wat ik tot nu toe met mijn politieke avontuur heb bereikt.” Dit artikel werd in november 2019 gepubliceerd in Bernie Magazine

12 keer bekeken0 reacties

© 2019 -  Kemal Rijken

Design vlaarhoven.com

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now