Zoeken
  • Kemal Rijken

Recensie: Claudia de Breij wil te graag ‘maatjes’ zijn met Amalia

In haar boek over prinses Amalia neemt Claudia de Breij te weinig afstand van haar onderwerp. Het is een aardig boekje geworden waar eigenlijk veel meer in had kunnen zitten, schrijft Kemal Rijken. “Het boek geeft een globaal beeld van Amalia, maar onthult niet wie zij nu echt is en wat haar inhoudelijk beweegt. Voor een auteur die totale vrijheid heeft gekregen heeft De Breij er inhoudelijk te weinig uitgehaald.”

Prinses Amalia en haar ouders (cop. K. Rijken)
Prinses Amalia (18) en haar ouders (cop. K. Rijken)

"Alle Nederlandse pers oprotten!” riep koning Willem-Alexander als elfjarige in 1978 in Ierland. Als jonge prins was hij daar op vakantie en tijdens het persmoment zou hij genoeg hebben gehad van de Nederlandse journalisten. Thuis ontstond een media-rel, zijn eerste, en verontruste burgers vroegen zich in ingezonden brieven aan kranten af of ‘dat heerschap niet opgroeit voor galg en rad’. Toen journaliste Renate Rubinstein in 1985 een boekje mocht schrijven ter gelegenheid van de achttiende verjaardag van Willem-Alexander, ging ze op de rel in. Was het een kwajongensstreek of zat er meer achter? In de kranten hadden Nederlandse fotografen destijds al verduidelijkt dat de Nederlandse pers op het moment in kwestie verzocht was om plaats te maken voor de Ierse pers en dat de prins daarom ‘oprotten’ had gezegd. Rubinstein sprak hem erover aan en schreef: “Het is haast niet te geloven, maar in werkelijkheid was het jongetje nóg braver. Alexander vertelt: ‘Er stond een vliegtuig naar Amsterdam te vertrekken, dat moesten ze halen.’ Hij had dus behulpzaam willen zijn.”


Een dergelijke passage kun je niet terugvinden in het boek Amalia van Claudia de Breij, alleen al omdat prinses Amalia geen rel op haar naam heeft staan. In het kader van de traditie – voorafgaand aan Rubinsteins boekje schreef Hella Haasse in 1955 een boek over de bijna achttienjarige Beatrix – werd de cabaretière door de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) benaderd of zij een boekje over Amalia wilde maken. Een slimme publicitaire zet. Allereerst is De Breij geen journaliste, die waar mogelijk doorvraagt. Ten tweede is zij geliefd bij een groot publiek, maakt ze geen zwartgallige grappen en verkondigt ze geen controversiële mening, ook niet over het koningshuis.

Amalia is daarmee een aardig boekje geworden dat in één ruk uitleest. Na te zijn gevraagd door de RVD en meteen volmondig ‘ja’ te hebben gezegd, volgt een eerste kennismaking met het koningspaar en de jonge prinses. Te lezen valt hoe De Breij het terrein van Paleis Huis ten Bosch oprijdt en zich aan de Koninklijke vertrekken vergaapt. In de rest van het boek staan gesprekken centraal die de kleinkunstenares met de prinses voerde. Amalia komt daarin over als een zelfbewuste jonge vrouw die niet op haar achterhoofd gevallen is. Ze heeft zich op haar veertiende verzoend met haar lot en maakt er zo te lezen het beste van. Ze houdt van paardrijden, heeft grote interesse in musicals en is kind aan huis bij Haagse strandtenten. En net als grootmoeder Beatrix is ze perfectionistisch ingesteld. Maar De Breij laat ook Amalia’s kwetsbare kanten zien. Dat gebeurt onder andere als ze met de prinses door de vertrekken van Huis ten Bosch wandelt en Amalia vrijwel niets inhoudelijks kan vertellen over haar voorvaderen die aan de muur hangen. Dat hoeft een meisje van zeventien ook niet exact te weten, maar het laat wel goed zien waar zij op dit gebied op dit moment staat. Amalia komt in het boek over als intelligent, maar niet als bijster intellectueel. De prinses is desalniettemin sociaal ingesteld en staat open voor de wereld, alhoewel niet opgehelderd wordt in hoeverre zij die wereld al kent. Ze lijkt een gewoon Nederlands gymnasiummeisje dat op de drempel van volwassenheid staat. In die zin zijn koning Willem-Alexander en koningin Máxima erin geslaagd hun dochter een zo normaal mogelijke opvoeding te geven.

In Amalia benadrukt De Breij niet te kiezen voor een journalistieke of historische insteek, maar voor een persoonlijke aanpak. De ik-vorm is leidend en Claudia neemt een prominente rol in. Soms wordt het wel erg persoonlijk en lees je hoe ze worstelt met het schrijfwerk: “Ik schrijf terwijl we praten voortdurend in mijn gele boekje, vaak in steekwoorden, maar soms ook in hele zinnen wanneer ik het citaat te belangrijk vind om te parafraseren. Bang dat ik het, als ik aan het uitwerken ben, niet goed heb onthouden, of niet meer kan geloven.” Of: “…mijn gele opschrijfboekje staat vol aantekeningen waar ik thuis nog een hele kluif aan zal hebben – ik heb een doktershandschrift.” De vraag is of de lezer hier op zit te wachten.

Het boek geeft een globaal beeld van Amalia, maar onthult niet wie zij nu echt is en wat haar inhoudelijk beweegt. Gezien haar positie in ons staatsbestel ligt dat laatste moeilijk, maar in dit boek had dat juist wél gekund, want De Breij kreeg volledige vrijheid om te schrijven wat zij wilde. Ook verklaarde ze eerder niet alle antwoorden van Amalia in de tekst te hebben verwerkt. Misschien blijft het profiel juist daardoor zo ongelaagd. Vragen over haar band met haar neven en nichten of haar grootmoeder Beatrix blijven achterwege. Andere vragen zoals ‘gaat Amalia net als vele leeftijdgenoten wel eens naar festivals en gebruikt ze dan drugs?’ ontbreken ook. En nergens wordt inzichtelijk hoe Amalia de commotie rond de Griekenlandreis van vorig jaar heeft beleefd. Het wordt duidelijk dat Claudia de Breij weinig afstand neemt van haar onderwerp en er soms zelfs van onder de indruk is. Ze wil graag maatjes zijn met Amalia. Dat komt vooral naar voren op de pagina’s over het zingen. Hier oogt entertainer De Breij het meest in haar element. Alles mag natuurlijk, maar voor een auteur die totale vrijheid heeft gekregen heeft ze er inhoudelijk te weinig uitgehaald. Ik ben benieuwd hoe het boek eruit zou hebben gezien als Hanna Bervoets, Franka Treur of Annejet van der Zijl – de Hella Haases en Renate Rubinsteins van onze tijd – was gevraagd. Misschien kan een van hen in 2033 alsnog de kans krijgen als Amalia dertig jaar wordt. Het zou interessant zijn als er dan een diepgaander en dikker boek komt over en mét de kroonprinses.

Niettemin geeft het boekje ‘Amalia’ een prima overzicht over het leven van de toekomstige koningin. Voor wie iets meer wil weten over deze Oranjetelg is het boek een aanrader. Voor wie de echte Amalia wil leren kennen, blijft het werk van De Breij steken in oppervlakkigheden en open deuren. Of zoals ze schrijft: “De lezer mag zelf conclusies trekken, ik wil er niet, figuurlijk voor gaan staan.”

Kemal Rijken is auteur van onder meer ‘Eigen Volk’ en ‘Van der Laan, biografie van een burgemeester’. Momenteel werkt hij aan een boek over monarchieën in het moderne Europa, waarin hun omgang met de moderniteit en democratie centraal staan - Lees deze recensie ook op de site van HP/DeTijd.

15 weergaven0 opmerkingen