'Nederland is een staat van rekenmeesters geworden' - interview in Knack
- Kemal Rijken
- 16 feb
- 7 minuten om te lezen
Het nieuwe Nederlandse coalitieakkoord is rechtser dan het Belgische. Toch zou het kunnen dat België straks in de richting van zijn noorderburen moet opschuiven. ‘Wij zijn zuinig. Bij ons geldt: geen cent te veel’, aldus de Nederlandse politicoloog Kemal Rijken.
Het was een vrolijke foto die minister van Defensie Theo Francken (N-VA) op X postte, hij en de Nederlandse politica Dilan Yeşilgöz (VVD) breed lachend samen. Het beeld dateert van een paar jaar geleden, bij een bezoek van Yeşilgöz aan een N-VA-bijeenkomst. Inmiddels staat vast dat Yeşilgöz vicepremier en minister van Defensie wordt in het op til staande kabinet-Jetten, en dus ook een collega van Francken. Vandaar Franckens bijschrift: ‘Hoe leuk, nieuwe minister van Defensie. Let’s work together.’
Dat beide kabinetten van (centrum)rechtse snit zijn, zorgt er natuurlijk voor dat de gelijkenissen groot zijn. Het nieuwe Nederlandse coalitieakkoord leest als een blauwdruk voor een mogelijk nieuw regeerakkoord bij ons. Toch als de volgende Belgische regering het (centrum)rechtse beleid van de regering-De Wever zou voortzetten.
Opvallend is dat zowel de Belgische regering van Bart De Wever (N-VA) als de aankomende Nederlandse regering van Rob Jetten (D66) van plan is om een strakke begrotingsdiscipline te respecteren. Maar zeker als het op sluitende rekeningen aankomt, is België Nederland niet. In 2024 was het Belgische tekort gestegen tot 4,5 procent van het bbp en de schuldratio zelfs tot 104,7 procent, een van de hoogste cijfers van de eurozone. De regering-De Wever voorziet meer dan 9 miljard besparingen, maar doordat andere uitgaven stijgen – vooral in Defensie – zal het tekort tegen het einde van de regeerperiode in 2029 zakken tot ongeveer 4,4 procent. Dat is nog altijd ver boven de EU-norm van 3 procent.
In Nederland heeft men een totaal andere kijk op de begroting. De tekst van het nieuwe coalitieakkoord spreekt voor zich: ‘Gezonde overheidsfinanciën zijn belangrijk voor macro-economische stabiliteit en zorgen voor een goed investeringsklimaat. Door prudent begrotingsbeleid is de kredietwaardigheid van Nederland hoog. (…) We vinden het daarom belangrijk dat de overheidsfinanciën op orde blijven en dat er geen rekeningen worden doorgeschoven naar de toekomst.’
Zalmnorm
Dat uitgangspunt wordt gedragen door veel Nederlandse partijen, ook die van de oppositie, zegt Kemal Rijken, een Nederlandse historicus, politicoloog en schrijver die ook de Belgische politiek goed kent. ‘Wij zijn zuinig. Bij ons geldt: geen cent te veel.’ Dat uitgangspunt is zelfs als beleidsregel vastgelegd. Rijken: ‘Het begon al in 1994 onder VVD’er Gerrit Zalm, de langstzittende naoorlogse Nederlandse minister van Financiën. Tijdens het eerste paarse kabinet met PvdA’er Wim Kok als premier, werd op zijn voorstel de naar hem genoemde Zalmnorm ingevoerd. Dat is een historische, ingrijpende regel om een strikte begrotingsdiscipline af te dwingen.’
‘De Zalmnorm bepaalt dat bij de start van een nieuw kabinet meerjarige uitgavenplafonds worden afgesproken. Ministers moeten daarbinnen blijven. Als er in tijden van economische groei meer belastinginkomsten zijn, dan mag dat geld niet zomaar worden uitgegeven. Het wordt dan gebruikt om het begrotingstekort te verlagen of de staatsschuld af te bouwen,’ legt Rijken uit. ‘Bij het opstellen van een coalitieakkoord wordt door de partijen bepaald hoe groot het tekort mag zijn. Tijdens de legislatuur fungeert de minister van Financiën als spelverdeler. Hij kan bijvoorbeeld nieuwe uitgaven weigeren als hij het tekort te hoog vindt. Dat maakt zijn institutionele positie erg sterk. Maar het resultaat is wel dat de Nederlandse staatsschuld stelselmatig is gedaald. In 2004 bedroeg die ongeveer 80 procent, in 2025 slechts een kleine 43 procent van het bbp.’ Daarvoor is echter een prijs betaald, beklemtoont Rijken. ‘Nederland is een staat van rekenmeesters geworden. Een begroting vastleggen waarover niet meer te discussiëren valt, gaat boven gelaagd beleid. De visie op de toekomst is ondergeschikt gemaakt aan kloppende rekeningen. En in tijden van geopolitieke onzekerheid zijn we minder wendbaar en flexibel.’\
Hakken
Dat doet zich ook nu weer voor. Het Nederlandse tekort wordt door het nieuwe kabinet beperkt tot maximaal 2 procent. Dat is opmerkelijk lager dan de Europese norm van 3 procent. Om die doelstelling te halen, kan Rob Jetten straks niet anders dan hakken. ‘We doen dat door het beheersen van de zorguitgaven en de uitgaven aan sociale zekerheid’, aldus het coalitieakkoord.
Kemal Rijken: ‘In België zitten de sociaaldemocraten van Vooruit in de regering. Dat zorgt voor een matigend effect op het sociaaleconomische beleid. Het kabinet-Jetten kent geen socialistische partij. D66 is wel progressief liberaal, maar niet direct waar het gaat om financiële of economische zaken. Dan zijn ook D66’ers echte liberalen, met minder oog voor de sociale kant van de zaak. Vandaar dat bijvoorbeeld het kabinet de WW-uitkering (de Nederlandse werkloosheidsvergoeding, nvdr) beperkt van twee naar één jaar en dat er minder uitgaven komen in de zorg. Of neem de pensioenleeftijd: die stijgt straks naar 71 jaar.’
En dat terwijl een deel van de Belgische publieke opinie het als een aardschok ervaart dat voor het eerst de werkloosheid wettelijk beperkt wordt in de tijd, en dat tot twee jaar. Rijken wijst erop dat België en Nederland enkele decennia geleden fundamenteel andere keuzes gemaakt hebben.
‘Tijdens de economische crisis van de jaren tachtig hebben zowel in Nederland als in België opeenvolgende regeringen zware besparingen doorgevoerd. Maar jullie hebben daarbij het Rijnlandse model behouden en wij kozen voor een meer liberale, Angelsaksische aanpak.’
Een aanjager daarvan was Frits Bolkestein, in de jaren negentig de politiek leider van de VVD. Rijken: ‘Bolkestein was de man van “je moet werken voor je geld”. Het beleid gaat ervan uit dat mensen die hun werk verliezen zo snel mogelijk opnieuw moeten werken. Voor wie niet of onvoldoende solliciteert, dreigt een strafkorting op de uitkering. Dergelijke negatieve motivatie is inmiddels bij ons ingebakken. Het is ook een taboe om niet te werken. Velen zien dat als “stelen van de samenleving”.’
‘In zo’n context krijg je natuurlijk een overheid zoals de Nederlandse’, aldus nog Rijken: ‘Die zorgt goed voor zichzelf en steeds minder goed voor de mensen. De boekhouding moet immers kloppen en het mist vaak diepgang. Het coalitieakkoord belooft nu een kortere duur van de WW en betere trajecten van werk-naar-werk, alleen staat nergens in de tekst goed opgeschreven hoe dat dan moet. Ook wordt de WW algemeen genomen minder hoog dan voorheen, waardoor honderdduizenden mensen in de financiële problemen kunnen raken. Dat kan grote kaalslag veroorzaken.’
Krijgsmacht
Een andere opvallende passage in het regeerakkoord gaat over defensie. De tekst leert dat Nederland niet alleen nog een pak meer dan België zal investeren in het leger, maar er staat ook: ‘We schalen de defensie-uitgaven op om de NAVO-norm van 3,5 procent van het bbp te halen. Om voor de lange termijn continuïteit te garanderen, verankeren we de 3,5 procentnorm wettelijk.’ Ook dat groeipad is dan geen voorwerp meer van toekomstige politieke discussies.
De nieuwe aanpak van Defensie zal het leven van de Nederlander ingrijpend veranderen.
Nogmaals het coalitieakkoord: ‘We bouwen aan een schaalbare krijgsmacht van minimaal 122.000 mensen. We schalen het dienjaar (jonge Nederlanders kunnen nu al één jaar vrijwillig en betaald in het leger, nvdr) fors op en introduceren als eerste stap een verplichte enquête voor jongeren. Als dit onvoldoende resultaat oplevert, overwegen we andere stappen, zoals de herinvoering van een selectieve opkomstplicht.’
Kemal Rijken: ‘De coalitiepartijen hebben mogelijk gekeken naar Duitsland. Berlijn hoopt ook dat er zich voldoende jongelui vrijwillig aandienen om de krijgsmacht te vergroten. Zo niet, dan wordt er verplicht geloot. Het grote verschil tussen Nederland en Duitsland is dat de Duitsers het debat daarover al grondig en openlijk hebben gevoerd. Veel Nederlanders zijn voor de dienstplicht, behalve voor hun eigen kind. De politiek weet dat ook en het debat is bijvoorbeeld in de verkiezingscampagne weinig tot niet gevoerd.’
Nederlandse en Duitse jongeren aan de oostelijke NAVO-grenzen en de Belgen op café? Wat zouden Den Haag en Berlijn daarvan vinden?
In België is het nog erger. Minister van Defensie Theo Francken spreekt voorlopig alleen over een ‘vrijwillig militair dienstjaar’ en zwijgt in alle talen over een volwaardige dienstplicht. Ons leger is daarvoor namelijk nog niet klaar. Dat kan pas als er bijvoorbeeld weer voldoende kazernes zijn. Maar dat zo’n echte dienstplicht er ook in België komt, staat in de sterren geschreven. Nederlandse en Duitse jongeren aan de oostelijke NAVO-grenzen en de Belgen op café? Wat zouden Den Haag en Berlijn daarvan vinden?
Rijken: ‘De nieuwe minister van Defensie Dilan Yeşilgöz is een politieke protegée van Mark Rutte. Het zou mij daarom verbazen als de paragrafen over Defensie niet ook besproken zouden zijn met de NAVO-secretaris-generaal. De lijnen tussen hen zijn nog altijd kort.’
Gidsland
Ten slotte nog een ‘detail’: de beoogde regering-Jetten is een minderheidskabinet dat over slechts 66 van de 150 zetels in de Tweede Kamer beschikt. Rob Jetten kan maar regeren als hij voor elk wetsvoorstel een meerderheid vindt. Zonder steun vanuit de oppositie lukt het dus niet.
Kemal Rijken stelt vast dat Nederland de politieke cultuur niet heeft voor een minderheidskabinet. ‘Het is een experiment, een sprong in het duister,’ zegt hij. ‘Laatst werd het coalitieakkoord door de Kamer besproken. De nieuwe regeringspartijen gedroegen zich alsof ze deel uitmaken van een meerderheidskabinet en de oppositie gedroeg zich als een klassieke oppositie. Ze waren tegen van alles wat de coalitie voorstelde en profileerden zich vooral als de beste oppositiepartij. Tja, blijkbaar zijn er nog geen afspraken gemaakt.’
Als het al zou komen tot wheelen en dealen met de oppositie, is de kans niet gering dat de druk hoog zal zijn om nog rechtser op te treden. Dat komt omdat VVD-leider Yeşilgöz haar kiezers heeft beloofd nooit te zullen samenwerken met GroenLinks-PvdA, de partijcombinatie van groenen en sociaaldemocraten. Zodoende verwacht Rijken dat het kabinet onder druk van de VVD eerder naar rechts zal kijken.
Aan de rechterzijde heeft één parlementaire oppositiefractie er veel belang bij om dit kabinet te steunen: de zogenaamde Groep Markuszower. Het gaat om zeven Tweede Kamerleden die onlangs onder leiding van Gidi Markuszower de extreemrechtse PVV van Geert Wilders hebben verlaten. Zij behouden wel hun zetel (en hun wedde). Toch tot de volgende verkiezingen. Rijken legt uit: ‘Deze zeven weten dat ze bij nieuwe verkiezingen niet zomaar kans maken om te worden herkozen. Kiezers van Wilders stemmen immers op de PVV omwille van Wilders en de Groep Markuszower is nu al geen factor in de peilingen. Zij hebben er dus groot belang bij dat het kabinet-Jetten de rit uitzit.’
Met steun van Markuszower en co. kan Jetten rekenen op 73 van de 150 zetels. Dan moet hij nog op zoek naar drie andere Kamerleden. ‘Over rechts kan het minderheidskabinet steun vinden bij andere kleine rechtse en christelijke partijen.’ Tegelijkertijd heeft Nederland nog een werkende Eerste Kamer, vergelijkbaar met onze vroegere Senaat, ook nog eens met een andere samenstelling. ‘Daar moet Jetten op rechts naar boerenpartij BBB kijken. De vraag is echter hoe gewillig die zal zijn. En in maart volgend jaar zijn er getrapte verkiezingen voor de Eerste Kamer. Het is dan de vraag hoe de kaarten daarna liggen.’
Rijken hoopt dus dat men in België niet te zeer opkijkt naar Nederland als het nieuwe gidsland. Hij vindt het Duitse model beter. ‘In Duitsland bestaat er om historische redenen ook een grote weerstand tegen begrotingstekorten. Maar inmiddels heeft Berlijn besloten om wel te lenen om zo allerlei belangrijke maatschappelijke investeringen te kunnen doen. En Duitsland is sterk genoeg om die leningen terug te betalen. Nederland kiest ervoor om dat niet te doen en nu lopen we het risico dat we ons sociale stelsel kapotbezuinigen. Bart De Wever kent Nederland natuurlijk goed. Ik zou hem aanraden om aan cherry picking te doen. Kijken naar wat wij beter doen dan België, maar zeker niet alles klakkeloos overnemen.’


Opmerkingen