Bunkers in deplorabele staat - Binnenlands Bestuur
- Kemal Rijken
- 11 minuten geleden
- 8 minuten om te lezen
De staat van de Nederlandse schuilkelders is deplorabel, zo blijkt uit groot onderzoek van Binnenlands Bestuur. De bunkers die tijdens de Koude Oorlog zijn gebouwd, zijn grotendeels vervallen of kregen een andere bestemming. Slechts een klein deel van de gemeenten weet nog waar de oude schuilplaatsen zich bevinden. Ook zijn er gemeenten die zeggen geen bunkers te hebben, terwijl uit de archieven en andere verzamelde data blijkt van wel.
Kemal Rijken, Stijn Vos
Op de Schiebroekselaan, een Rotterdamse straat met planten en bomen in het midden, ligt ergens tussen het groen een ophoging met stalen deur. Het is een verborgen ingang naar een schuilkelder uit de Koude Oorlog ā 1945-1991 ā die wordt beheerd door de Stichting Cultureel Erfgoed Koude Oorlog. Voorzitter RĆ©mon de Man opent de deur en betreedt de ruimte voor een korte rondleiding. Kort, want het gaat hier om een kleine kelder waar maximaal vijftig passanten konden schuilen. Konden, wat deze bunker is niet langer in gebruik.
Ā
āIn 1952 is het besluit genomen dat er civiele verdediging moest komen en dat werd de Bescherming Bevolking of BB,ā vertelt De Man. āZe hebben toen goed naar Londen gekeken, waar schuilkelders zijn gebouwd voor maximaal vijftig personen. Als er een bom op valt, dan ben je āmaarā vijftig mensen kwijt.ā Het gaat om een standaard passantenkelder waar burgers 48 uur konden zijn, bedoeld voor de fall out-periode: de uren waarin straling van een atoombom nog het sterkst is en je niet buiten moet komen.
Ā
De inrichting van deze schuilplek is basaal: houten bankjes en tafeltjes, wat water en droge crackers en een poepemmer in de hoek. āEerst was het de bedoeling om honderd van dit soort kelders in te richten, maar dat werd te duur en rond 1962 is overgestapt op zogeheten combinatietrajecten met megakelders in metrostations. Op station Beurs, tegenwoordig de Koopgoot, konden 15.000 mensen schuilen. Daar stonden honderd filterbussen met actieve koolstof dat gevaarlijke stofdeeltjes uit de lucht haalt.ā Mocht Rotterdam zoān kelder willen revitaliseren, dan zou het miljoenen euroās kosten om alleen al de filterbussen op orde te krijgen.
Ā
Geen idee
Nergens in Rotterdam zijn nog werkende schuilkelders en atoombunkers te vinden, zo blijkt uit navraag van Binnenlands Bestuur. De gemeente zei geen idee te hebben van waar zich überhaupt nog dit soort plekken bevinden, laat staan dat bekend is in welke staat die verkeren. Na de grootschalige Russische inval in OekraĆÆne ā 2022 ā nam de gemeente contact op met De Man, die een boekje uit de jaren tachtig naar hen opstuurde met alle Rotterdamse schuilkelders van toen.
Ā
Vier jaar later is de geopolitieke situatie er niet veel beter op geworden. De Groenland-crisis van onlangs laat dat nog maar eens zien. We kunnen niet meer automatisch op de Amerikanen rekenen en de Europese NAVO-landen zijn nog niet gereed om zichzelf zonder hen te verdedigen. Tegelijkertijd blijft het een kerntaak van de Nederlandse overheid om zijn burgers te beschermen bij rampen en situaties als pandemieƫn of oorlogen.
Ā
Hoe komt het dat er dan geen werkende publieke schuilplekken meer zijn? De bunkers uit de Koude Oorlog werden eind jaren tachtig door het Rijk overgedaan aan de gemeenten. Zij ontvingen toen een eenmalig bedrag voor onderhoud voor vijf Ć tien jaar en vervolgens was de koek op. Hierna gingen gemeenten andere dingen met deze āovergebleven ruimtenā doen. Neem de gemeente Amsterdam, waar de circa veertig bunkers die over zijn allemaal in deplorabele staat verkeren wegens gebrek aan onderhoud. Tegenwoordig doen ze dienst als serverruimtes of luchtinstallaties.
Ā
āBunkers niet nodigā
Om de proef op de som te nemen deed Binnenlands BestuurĀ onderzoek. Uit een enquĆŖte die we uitzetten onder de 342 Nederlandse gemeenten komt naar voren dat slechts een klein deel van hen een actuele inventarisatie heeft van de bunkers binnen hun grenzen. In totaal vulden 190 gemeenten, goed voor circa tien miljoen ingezetenen, de vragenlijst in. Daarvan gaven er 116 aan dat ze geen Koude Oorlog-bunkers hebben. Zeker 74 gemeenten zeggen dus van wel, al blijkt uit data die verzameld zijn door de Stichting Menno van Coehoorn dat het er in werkelijkheid een stuk meer zijn. Van deze 74 hebben 35 aan een actuele inventarisatie van de bunkers. Slechts dertien gemeenten hebben lokaal beleid of een plan voor onderhoud.
Ā
Vrijwel alle gemeenten hebben door de jaren heen ā een deel ā van hun bunkers overgedragen aan stichtingen of verenigingen, die ze vervolgens voor allerlei doeleinden gingen gebruiken. Zo zijn in Utrecht bunkers omgetoverd tot atelier of muziekstudio. In Nijkerk dient er ƩƩn als kegelbaan en in Helmond wordt een oude bunker inmiddels door een basisschool gebruikt als klaslokaal. Veel andere nog betreedbare schuilkelders dienen bijvoorbeeld als museum en meerdere gemeenten met een bunker of noodbestuurpost onder het gemeentehuis gebruiken die als opslagruimte.
Ā
De bouw van nieuwe bunkers wordt door alle gemeenten uitgesloten. Gevraagd naar de reden dat er niet meer serieus wordt nagedacht over het inzetten van bunkers voor de bescherming van inwoners, wijzen lokale overheden vaak naar het rijk. Velen vinden dat het hebben van bruikbare schuilplaatsen nu eenmaal geen rijksbeleid is en dat het daarom niet nuttig is om de oude bunkers in stand te houden.
Ā
De gemeente Venlo schrijft: āIn het kader van erfgoed vinden we het behoud van de bunkers van belang. Voor andere doeleinden is geen landelijke wetgeving. Daarmee hebben we ook geen beleid op een andere functie dan erfgoedbehoud.ā Er zijn ook gemeenten met een sterke eigen mening, zoals Breda: āIn de huidige tijd is dit niet meer aan de orde. Dus voor ons is dit geen onderwerp waar we mee bezig zijn en waar we dus ook geen voeding aan willen geven.ā
Ā
Zwitserse precisie
Hoe anders is het over de grens. In Duitsland wordt momenteel gewerkt aan een nationaal bunkerplan. Alle vrij toegankelijke gebouwen en privƩwoningen die bescherming kunnen bieden tegen een raketaanval, moeten worden geregistreerd en gereedgemaakt. Verder worden Duitsers aangemoedigd om zelf bunkers te bouwen. En vorig jaar maakte de Bondsdag de weg vrij voor 500 miljard euro aan investeringen in infrastructuur, waartoe bunkers eveneens behoren. Ook Polen timmert met de bouw van nieuwe schuilkelders aan de weg.
Ā
In Zwitserland doet de overheid er alles aan om zijn bevolking te beschermen bij oorlog of nucleaire aanvallen. Daar zijn ruim 370.000 Schutzräume gebouwd, betonnen bunkers die aan de negen miljoen Zwitsers beschutting bieden bij een armageddon. De gemeente Bern regelde voor Binnenlands Bestuur een rondleiding door een schuilkelder met Philipp Imboden, de commandant van de regionale civiele bescherming. Hij runt de bunker onder het stadion van SC Bern, een professionele ijshockeyclub. In deze kelder kunnen 700 mensen schuilen en 550 mensen slapen.
Ā
Ā
āHet gebouw dateert uit 1968 en is ontworpen om volledig zelfvoorzienend te zijn: elektriciteit, water, verwarming, kookfaciliteiten en verzorgingsvoorzieningen functioneren allemaal onafhankelijk van het externe net. In geval van nood kan alles binnen ongeveer dertig minuten volledig operationeel zijn,ā legt Imboden uit terwijl hij voorop loopt door een van de betonnen gangen. De gangen zijn kronkelig, maar in zeer goede staat. Alle systemen worden maandelijks gecontroleerd: de water- en elektriciteitsvoorziening, evenals de ventilatiesystemen, worden regelmatig geĆÆnspecteerd en de bedden zijn altijd klaar voor gebruik.ā In de slaapzalen staan stapelbedden voor twee personen waar een derde laag kan worden op gezet. Imboden: āIn de eerste fase van de OekraĆÆne-crisis, in 2022, hebben we hier 360 asielzoekers opgevangen. In totaal hadden we toen achtduizend overnachtingen. Dit was ook een goede test voor ons.ā
Ā
Kaasfondue
In geval van een ernstige dreiging activeert het neutrale Zwitserland zijn uitgebreide beschermingsmaatregelen. Die schrijven voor dat de bevolking binnen een half uur in de aangewezen opvanglocaties moet zijn. De verantwoordelijke autoriteiten informeren de burgers onmiddellijk via officiƫle kanalen zoals sirenes, radio en digitale waarschuwingssystemen, legt Imboden uit.
Ā
De Zwitser gaat een andere kamer binnen. āWe verhuren deze ruimtes aan organisatoren van evenementen, maar in geval van nood moeten ze het pand snel verlaten. Dat weten ze ook.ā Imboden wijst vervolgens naar de eetzaal en de keuken. Maken jullie hier kaasfondue en rƶsti? āNee, maar we hebben grote pannen voor pasta, rijst, enzovoort. Alles werkt. Acht tot vijftien koks kunnen hier maaltijden bereiden voor 300 mensen.ā
Ā
De keuken is van topkwaliteit, maar hij dateert uit 1968 en daarom moet hij vernieuwd worden. āWe krijgen binnen vijf tot tien jaar spoelmachines, afwasmachines en andere moderne keukenmiddelen.ā Het kanton Bern is verantwoordelijk voor het toezicht op de schuilkelders. Inspecteurs controleren doorgaans eens in de tien jaar. Er wordt dan een rapport opgesteld met alle noodzakelijke aanpassingen of reparaties. Het systeem werkt, benadrukt Imboden. Heeft hij advies voor de Nederlanders?
Ā
āAls jullie het net zo geregeld willen hebben als in Zwitserland, dan moeten jullie bereid zijn om voor alle burgers schuilruimtes te bouwen. Dit vereist politieke wil, strategische planning voor de lange termijn en bindende wettelijke kaders die consequent worden toegepast. Het opzetten van een dergelijk systeem vergt aanzienlijk veel tijd en geld. Dat is iets waar alle betrokkenen zich van bewust moeten zijn.ā
Ā
Halsema
Terug naar de polder, waar Den Haag geen landelijk overzicht heeft over het aantal wel en niet werkende schuilkelders. Gelukkig zijn er altijd nog burgers die zich om de situatie bekommeren. Een van hen is bunkerexpert RaphaĆ«l Smid van de Stichting Menno van Coehoorn. Hij benadrukt dat Nederland altijd al een andere vorm van beschermen heeft gehad dan landen als Zwitserland. āHet is in de Koude Oorlog nooit beleid geweest om honderd procent aan schuilplaatsen te creĆ«ren. Er werd gezegd: men gaat thuis schuilen onder de trap of in de kelder, en moet wat noodvoorzieningen voor de zelfredzaamheid hebben. De vrouwen waren vaak huisvrouw en de mannen werkten buitenshuis, meestal op fietsafstand. Bedrijven en instanties hadden soms eigen schuilruimtes, zoals Philips in Eindhoven of de Postgiro in Arnhem.āĀ
Ā
Nederland kende ook bunkers voor bestuurders, diensten, instanties en ambtenaren. āNeem de bunker onder het Amsterdamse stadhuis, die er nu ook niet meer is. Dat was een zogenoemde noodbestuurspost voor de burgemeester met een uitgeklede staf.ā Ten tijde van burgemeester Femke Halsema kwam er een gloednieuw centrum, bovengronds en in een kantoor met ramen voor daglicht, maar onbeschermd tegen een militaire aanval.
Ā
Inventarisatie
Wat is er nodig als we de oude schuilplaatsen op orde willen krijgen of willen uitbreiden? Smid stelt dat de vele eigenaren, onder wie particulieren en bedrijven, eerst moeten worden gevonden om een inventarisatie te maken over de staat van de bunkers. āVeel ambtenaren hebben er geen weet van hoe schuilkelders werken en de firmaās die ze onderhielden zijn grotendeels verdwenen, hetzelfde geldt voor de mensen van de praktische kennis.ā Als deze horde genomen is, wordt het een uitdaging om alle oude bunkers weer functioneel te maken. Smid: āJe kunt ze wel verdedigbaar maken tegen explosies en luchtdruk. Daar kunnen mensen dan kortstondig schuilen.āĀ
Ā
Mocht het komende kabinet besluiten om nieuwe bunkers te bouwen, dan kan dat alleen met noodwetten. āNu liggen er allerlei milieuregels, de bestemmingsplannen en zijn er burgers die procederen. Dit alles kun je alleen omzeilen als de regering noodwetten optuigt waarmee schuilplaatsen relatief snel kunnen worden gebouwd.ā Binnen een paar jaar zouden er dan nieuwe bunkers kunnen zijn āals het geld en de aannemers gereed zijnā, meent Smid. āTrouwens, in de oorlog bouwden de Duitsers hun bunkers naar standaardmodel binnen zes tot acht weken. Het zou dus nog sneller kunnen.ā En hij waarschuwt: āVoor alle ingezetenen krijg je het niet voor elkaar om schuilplekken te bouwen. Het kost ook miljarden om dit te doen, los van het aantal mensen dat je dan wil beschermen.ā
Ā
Rijk aan zet
Bijna 35 jaar na het einde van de Koude Oorlog is de conclusie dat alles wat toen was opgetuigd om burgers te beschermen, inmiddels niet meer bruikbaar is. De decentralisatie van het beheer van bunkers zonder duidelijke beheeropdracht, heeft ertoe geleid dat de overheid nog amper zicht heeft op de kelders van toen. Ook is het eigenaarschap ervan versnipperd. Het bouwkundig behoud van de bunkers is in veel gevallen afhankelijk geweest van de inzet van stichtingen en vrijwilligers.
Ā
Nu mondiaal de spanningen toenemen en de noodzaak voor burgerbescherming opnieuw wordt gevoeld lijkt er bij de overheid iets van beweging te ontstaan, maar de opgave is enorm. Het contrast met Zwitserland, waar de bunkers al die tijd in stand zijn gehouden, kan niet groter zijn. En landen als Duitsland en Polen hebben inmiddels grote stappen gezet. Naar verwachting zullen gemeenten uit zichzelf geen stappen ondernemen om nieuwe bunkers te bouwen. Regie vanuit het rijk is noodzakelijk als het gaat om revitalisatie en nieuwbouw, maar ook om de bescherming van de bevolking an sich.






Opmerkingen